Gnosis

Kerst, Christus, en het kennen van jezelf.


Geven en ontvangen. Dat is waar het om draait in het leven. Tóch?
Ontvangen is ook kunnen geven; geven aan jezelf. 

Wie in dankbaarheid kan geven aan zichzelf, wie kan ontvangen van zichzelf, is in staat om daadwerkelijk vanuit zijn hart te geven aan anderen.
Dat is het verhaal van Zoroaster en het ware verhaal van Jezus.

In feite is dat de boodschap aan ieder individueel mens: 

wie kan geven vanuit zichzelf, zonder daarvoor door anderen erkent of beloont te moeten worden, toont ware barmhartigheid tegen de mensheid en de rest van de wereld.
Een moeilijke opgave, zo niet de moeilijkste les voor velen.
Als er een verbinding optreedt tussen gever en ontvanger kan mededogen en barmhartigheid optreden in ieder werk, bij iedere activiteit, waardoor het effect van de samenwerking verder toeneemt. Die verbinding is er vaak zonder woorden. Onuitgesproken. Het is in die stilte dat de onderlinge verbondenheid met volle kracht tevoorschijn komt en tot wonderlijke resultaten leidt.
Wie ouder wordt gaat anders geven.

Eerst geef je vooral fysiek want als je jong bent kun je dat beter omdat je nog krachtig bent en vol energie. Wie ouder wordt geeft steeds meer mentaal, spiritueel, omdat de fysieke kracht afneemt.

Wie ouder wordt gaat ook anders ontvangen. Door het noodgedwongen minder verrichten van fysieke arbeid ontstaat de rust om op het eigen gevoel te gaan vertrouwen en daar over na te denken.

De oudere gaat mede daardoor vaker spreken uit eigen-wijsheid doordat de opgedane ervaring in toenemende mate gekoppeld wordt aan innerlijke berusting. 
Ieder mens bezit deze kennis (de gnosis), waarin hij zich thuis voelt, waarin hij vrede vind, vaak zonder te beseffen dat hij dit vast kan houden. In veel situaties vangt hij hier een glimp van op om daar dan verbaasd over te zijn en het dan snel weer te vergeten in de beslommeringen van het leven van alle dag. 
Dat het niet vastgehouden wordt heeft te maken met de manier van geloven. 

We geloven door de verhalen die we gehoord hebben. Verhalen hebben een verborgen kracht omdat ze doorvertellen wat anderen voor ons ervaren hebben. Soms zijn het ongelooflijke verhalen (letterlijk) waarmee geen echte binding ontstaat, maar vaak zijn het juist geloofwaardige verhalen over het leven van alledag, omdat ze ons, in alle eenvoud, raken en zelfs verwonderen, omdat het zo herkenbaar is in ons eigen leven. 
Het oorspronkelijke ‘heidense’ kerstverhaal is zo’n verhaal van het leven van alledag. Daar waar de mens het ware kerstverhaal hoort herkent hij direct de essentie. Het ware verhaal ontroert, het raakt je van binnen.

De ontroering is dat dit arme kindje een herkenbare zoon van god is, die net zo goddelijke is als de gewone mensen die zich om hem heen verzamelen.
Het latere, gewijzigde kerstverhaal doet óók moeite om te beroeren; het kindje in de kribbe, de herders met schaapjes en de prachtige ster zijn gebleven maar de essentiële ontroering is er uit gehaald.
Dit christelijke kerstverhaal verwijst naar een niet herkenbare Goddelijke essentie buiten jezelf. Deze zoon van God brengt ook het licht en de verlossing van het lijden maar alleen als je leeft volgens de regels van het geloof. De mens zoekt hier kracht buiten zichzelf.
Het roept op tot het eren van die ene, over iedereen heersende God. 

In die tijd waren dat de keizers van het Roomse Rijk. Zij lieten zich als Goden vereren. Ooit begonnen bij JC (Julius Caesar, keizer in het Romeinse rijk), die in de geschiedenisboeken werd gekroond met diamanten tot de enige-ware-God op Aarde, geboren in een grote rijke villa omringd door luxe en weelde, hoog boven het volk verheven.

In het oorspronkelijke kerstverhaal werd JC (Jezus Christus) gekroond met palmtakken tot de voor alle mensen aanwezige mensen-god, geboren in een koude stal tussen de warmte van de omringende dieren en de arme herders, zijn gelijken, waarmee hij samen leeft.
Het verhaal van de oorspronkelijke gnostieke Jezus, die een ‘gelijke’ is, contrasteert volledig met de verhevenheid van de goddelijke christelijke keizers.
De verjaardag van deze zoon van God wordt gevierd op 25 en 26 december. Waarom 2 dagen?

Iedere andere verjaardag vieren we toch ook maar op 1 dag!

Het antwoord vind je in een ouder ‘heidens’ verhaal waarin niet 25 en 26 december maar 21 en 22 december de belangrijkste data zijn. Dat zijn wereldwijd de kortste dagen met het minste zonlicht. Tijdens de midwinternacht (de oorspronkelijke kerstnacht) wordt het einde van de langste nacht gevierd die het begin van een nieuwe cyclus van de zon inluidt. Vanaf dat moment gaan de dagen weer langer worden en keert het (zon-)licht weer terug. De jonggeborene zoon van de oude zon gaat weer een nieuw jaar vol groei en oogst brengen. Het feest bestaat dan ook uit het bedanken van de oude zon (vader)voor zijn gift van het oude jaar en het begroeten van de nieuwe zon (zijn zoon) vol belofte van een gezegend nieuw jaar. De viering bestaat uit het gezamenlijk eten van wat over is uit het oude jaar zodat de komende kille donkere periode goed doorstaan kan worden. Tevens wordt de duisternis van de donkerste periode van het jaar, de weken direct na de midwinterzonnewende, overwonnen door het gezamenlijk ontsteken van vreugdevuren en fakkeltochten. Dat geeft de mensen de kracht en de moed om de laatste maanden van de donkere winter goed door te komen. Symbool voor die kracht staat de boom die wel zijn bladeren verliest maar ieder voorjaar opnieuw uitschiet en vrucht draagt. Daarom tonen we onze liefde en dankbaarheid aan de boom en wordt deze versiert met symbolische bladeren en vruchten. We tonen hiermee vertrouwen in de kracht van de bomen en daarmee ook in de kracht van onszelf. Net als de boom schakelt de mens, na de feestelijke dagen rond het midwinterlichtfeest, fysiek ook over in de winterstand. Nog net geen winterslaap maar zekere een periode van rust en veel slapen gedurende de maanden tot aan het begin van de lente. Dan kan de mens, net als de boom, vol vertrouwen zijn hernieuwde energie besteden aan het leven-gevende zaaien en oogsten.

Meer symbolisch is de spirituele betekenis die het kerstverhaal bevat.

De midwinterzonnewende geeft aan dat uit het lijden (koude, duisternis, armoede, eenzaamheid) opnieuw kansen worden geboden (warmte, licht, rijkdom, samen-eenheid) aan degenen die vertrouwen hebben en de kracht in zichzelf herkennen, ook in moeilijkere tijden. Van het oorspronkelijke verhaal ging een enorme symbolische kracht uit die geliefd werd door de bevolking, die daarin ook de bron voor verbondenheid en samenwerking vond en daarom door de heersende klasse ontkracht moest worden. Daarom werd uiteindelijk in de 4de eeuw na Christus door de Roomse keizers de christelijke kerk opgericht die het gnostieke verhaal van Jezus moest gaan ontkennen. 

Dat deden ze mede door het alom geliefde verhaal van de jaarlijks terugkerende wedergeboorte van het nieuwe licht (symbolisch het kindje Jezus) anders uit te gaan leggen, de essentie er uit te halen, door de arme en de rijke God weer één te maken, maar vooral ook door er dogma’s in te plaatsen. Het werd het enige ware verhaal genoemd met de toevoeging; geloof het of wordt verbannen als ongelovige zondaar. Mensen moesten gehoorzamen aan de kerkleer op straffe van een verzonnen verdoemenis (het Vagevuur). 
Alle gnostieke boeken in het Roomse Rijk werden vernietigd evenals alle zichtbare symboliek. Op plaatsen waar de bevolking bijeenkwam om gezamenlijk kracht en heling op te doen (kruisingen van wegen, vruchtbare gronden, open plekken, oude bomen, uitzichten, enz…) werden kerken gebouwd en de verkondigers en verhalenvertellers, de opvolgers van de apostelen, werden tot in de verste uithoeken vervolgt en uitgeroeid.

Het christelijke geloof werd als de enige waarheid met dwang opgelegd aan iedereen. 
Het ware geloof kent echter geen dwang. Dat geloof komt uit jezelf en is een individuele waarheid omdat we allemaal naar hetzelfde op zoek gaan maar ook allemaal via onze eigen creatieve weg.
Op die creatieve zoektocht speelt met name de symboliek van het verhaal een grote rol. 
Het is wonderlijk dat ondanks alles en in alle tijden die bemoedigende verhalen in sagen en legenden zijn blijven bestaan en dat er altijd mensen zijn die deze verhalen kunnen vertellen en uitleggen aan hun ongeletterde medemensen, zodat ook deze werkelijk innerlijk ontroerd raken hierdoor en zichzelf leren kennen. Wie goed luistert heeft maar één woord nodig.
Het waren de oude Grieken die al in 1600 voor Christus, vér voor de tijd van de Egyptenaren en de Romeinen op de voorgevel van hun belangrijkste tempel in Delphi schreven; gnothi seauton ofwel (mens) ken je zelf, ken je kracht.
Deze tekst komt uit de verhalen van Zoroaster, die in bergrede aan de mensen vertelde dat ze zichzelf leerden kennen door barmhartigheid en mededogen te tonen aan de medemens en verder aan alles wat de Aarde voortbrengt. Mededogen is de ander helpen om het lijden te verlichten door jouw kracht te delen met die ander. Niet door mee te lijden, want dan lijdt jij het lijden van de ander en dat helpt niemand. 

Mededogen kun je tonen door vertrouwen in jezelf te hebben en vanuit je gevoel te handelen.
Het geloof zit dan ook niet in het aanvaarden van een leer, maar in het denken, zeggen en doen van het goede. De essentie zit niet in het dualisme, het zien van het verschil tussen goed en kwaad, maar in het simpele herkennen van het goede in jezelf en dat te delen met anderen. 
Dat kan alleen maar bereikt worden door een louteringsproces; vanuit eigen pijn-lijden durven los te laten wat niet bij je hoort, de oorzaak van de pijn te herkennen en dan achter je te laten, om daardoor mededogen te kunnen tonen aan jezelf. Dat is de basis voor ware liefde.
Dit proces is onderdeel van het verhaal van de Goddelijke komedie door Dante geschreven in de 13e eeuw na Christus, waarmee hij het tijdperk van de Renaissance (wedergeboorte) inluidde, maar waarvoor hij en vele anderen, voor en na hem, werden verbannen uit de christelijke gemeenschap. Dit allesbehalve komische drama is het meest sublieme verhaal omdat het onverhuld vertelt hoe de mens zich kan bevrijden uit de verstikkende (dogmatische) wereld om hem heen.

Nog vroeger zijn de eerste graalverhalen over Parsifal uit de 12e eeuw die de louterende zoektocht beschrijven van de 12 ridders van de Ronde Tafel. Uiteindelijk vind niet Parcifal maar Galahad de Graal. Parcifal faalt omdat hij geen vertrouwen op kan brengen en niet ziet wat duidelijk voor zijn ogen gebeurt. Hij is te vol van alle afleiding en verleiding die telkens om hem heen plaats vind. Galahad lukt het uiteindelijk om alle afleiding ver te laten, maar pas nadat ook hij zijn lessen heeft geleerd en zijn ware zelf leert kennen.

De schrijvers van de vroegste graalverhalen maakten het verhaal niet af waardoor (op papier) het antwoord op de vraag; hoe je de Graal kon vinden, eeuwenlang onbekend bleef. Het verhaal werd echter door de vele vertellers uit die tijd op persoonlijke titel afgemaakt omdat het einde zo herkenbaar is, voor hen die willen luisteren.
Deze bijzondere verhalen maken een ding duidelijk aan de lezers en toehoorders; 

Je kunt zoeken waar je wilt, bezitten wat je wilt, alles wat je bezit weggeven, maar alleen vanuit mededogen met jezelf kun je werkelijk betekenisvols iets delen met anderen (denk aan de Samaritaan en Martinus ofwel sint Maarten).

Heb je naaste lief zoals je jezelf lief hebt. Dat is ware liefde tonen. 

Ken je kracht. Dan weet je dat je van wat je voldoende hebt onvoorwaardelijk kunt delen met de ander, aanvullend en overvloedig vanuit die innerlijke kracht. De gnostici hebben deze onuitputtelijke bron van energie (innerlijke kracht) ontdekt en daarmee het lijden in de fysieke wereld achter zich gelaten, ook nu, in onze tijd. Ze hebben zich bevrijdt en zijn als herboren omdat ze zijn verlost van dat wat niet bij ze hoort. Ze kunnen vanuit hun hart alleen maar het goed doen. Gnostici zijn verlicht van hun last omdat de vonk van de gnosis in hun hart ontstoken is en ze door het innerlijk brandend vuur voortaan eeuwig ‘verlicht’ blijven. 

Daarom zijn vrije mensen niet meer bang voor de duisternis en stappen ze uit de wereld van het verleidelijke zoete licht. 

Ze kennen zichzelf en vertrouwen op het goede en in de kracht van de stilte.

Dat wens ik iedereen toe in 2017.

Mario Kuijpers, 20161227.

(Symboliek van het leven. Een op Keltische symboliek geïnspireerd labyrint omringd door cirkels en 3 pilaren die de levenscyclus aangeven. In de kleinste cirkel bevinden zich de 4 symbolen van het leven op Aarde, in het midden ligt de Feniks, symbool van de eeuwige hergeboorte.)

Wij kennen de laatste grote bevolkingsgroep gnostici uit de geschiedenisboekjes als de ketterse Katharen die in de 13e en 14e eeuw vooral in Zuid-Frankrijk leefden. Zij noemden zichzelf de ‘goede mensen’, hadden een bloeiende cultuur waarin alle mensen gelijk waren, vrouwen evenveel zeggenschap hadden en waren welvarend door een wereldwijde vrije handel met andere volkeren. Ze waren overtuigd pacifistisch maar werden door de legers van de koning (die keizer wilde worden) en de Paus met grof geweld, gecombineerd met een meedogenloze inquisitie volledig uitgeroeid, testament met vele katholieken die ook in vrede samenleefden met de ‘goede mensen’.

Maar het gnostieke gevoel zit in ieder mens (levend wezen) waardoor de gnostiek nooit uitgeroeid kan worden.

Advertisements

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s